Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

Werken volgens een uitgestippeld jeugdplan!

Bij de voetbalclub waar ik trainer/leider ben van een JO11 team, is het beleid dat de beste spelertjes zo hoog mogelijk moeten spelen. Die keuze is de reden dat de meest getalenteerde voetballertjes in JO11-1 spelen. De iets mindere goden zijn ingedeeld in JO11-2. Daarna volgt JO11-3 enzovoort. Voor de andere jeugdteams geldt hetzelfde.

Talent, leeftijd en fysieke gesteldheid
De term ‘getalenteerd’ is trouwens niet de beste woordkeuze. Dat de ene jeugdspeler beter presteert op het voetbalveld dan een ander heeft niet altijd met talent te maken, maar bijvoorbeeld ook met leeftijd en fysieke gesteldheid. Een tweedejaars F-, E- of D-speler is doorgaans ‘beter’ dan een eerstejaars omdat hij/zij ouder is en fysiek sterker. Factoren die echt bepalend zijn op die leeftijd.

Balvaardigheid
Maar goed, terug naar het technisch beleid van de club: de besten spelen het hoogste. De voorstanders van deze zienswijze zullen zeggen dat talenten het beste uit zichzelf halen als hun medespelers op hetzelfde niveau acteren. Er is niets zo frustrerend als een bal overspelen naar een medespeler bij wie de kans groot is dat hij/zij deze meteen verspeelt. Of erger, de bal niet eens onder controle krijgt. Geloof me, in de JO9- en JO11-teams komt dat nog best veel voor. Dat heeft niet alleen met een mindere balvaardigheid te maken, maar ook met niet fanatiek genoeg zijn en onvoldoende spelinzicht hebben waardoor de pass verkeerd wordt ingeschat.

Weerstand
De betere spelertjes hebben dat al snel in de gaten en zullen zich de volgende keer bedenken voordat ze een bal overspelen. Gevolg: sommige spelertjes worden overgeslagen, worden niet in het spel betrokken. Andersom wordt ook de betere speler geremd in zijn of haar ontwikkeling. Tijdens trainingspartijtjes ondervinden ze weinig of geen weerstand. Iets wat een speler wel echt nodig heeft om beter te worden. 

Het gaat om de juiste mix
Tegenstanders van het principe ‘de beteren in het hoogste team’ beweren dat het juist goed is om een team samen te stellen uit een mix van beloftevolle voetballertjes en iets minder getalenteerde spelers: de ‘mindere goden’ leren dan van de beteren. Ze trekken zich op aan dat niveau. Het voordeel is ook dat ze een goede bal krijgen aangespeeld: op maat, en met de juiste snelheid. Dat is belangrijk, want een actie (aanname, pass of schot op doel) staat of valt met de bal die wordt aangespeeld. Met ‘ziekenhuisballen’ kun je niet zoveel.  

Veel balcontacten
In een groep met ‘gelijkgestemden’ komen de minder begaafde spelertjes vaker aan de bal dan in een team waarin enkele talenten hun stempel op het spel drukken. Het hebben van veel balcontacten is essentieel om beter te kunnen worden (oefening baart kunst) en het spelletje leuk te vinden.

Verveling
Voor allebei de standpunten valt dus wat te zeggen. Ik ben het in principe eens met de eerste zienswijze: de besten spelen het hoogste. In dat klimaat gedijen ze het beste en kunnen ze zich optimaal ontwikkelen. De trainer kan oefeningen uitzetten die dat leerproces ondersteunen. Het tempo en de moeilijkheidsgraad hoeven dan niet te worden aan het niveau van de minder getalenteerde spelers. Doe je dat wel, dan leidt dat tot verveling bij de beteren, En dat gaat dan weet ten koste van hún spelplezier.

Dorpsclub
Van de andere kant besef ik ook dat het kunnen selecteren op basis van kwaliteiten een ideale situatie schetst en lang niet voor elke club is weggelegd. Bij menig kleine dorpsclub valt er niets te verdelen. Simpelweg omdat er maar net genoeg spelertjes zijn om één team te vormen.

Los van deze hele discussie over het technisch beleid van het jeugdkader mag vooral het allerbelangrijkste niet worden vergeten: het spelplezier. Het is aan alle jeugdtrainers om ervoor te zorgen dat dit intact wordt gehouden.

Door: Helmi van Nuil