Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

Ook jeugdtrainers moeten het leuk (blijven) vinden!

Bijna half december 2017, de eerste helft van het seizoen zit er alweer op voor de jeugdspelers en hun trainers/leiders. Tijd om de balans op te maken. Wat ging er goed de afgelopen maanden, wat had er beter gekund en wat doen we met de samenstelling van de teams na de winterstop? Blijven de teams intact of moeten er verschuivingen plaatsvinden? Die vragen stonden verleden week centraal tijdens de evaluatie van de jeugdleiders JO7 t/m JO11 met de jeugdcoördinatoren.

Als trainer/leider van JO11-2 prijs ik mij altijd weer gelukkig als ik hoor dat alle jeugdtrainers één ding het allerbelangrijkste vinden: de kinderen moeten vooral plezier aan het voetbal beleven. Dat is de basis van een lange termijn visie. Dan behoud je de spelertjes voor het voetbal in het algemeen en voor jouw club in het bijzonder. Maar wat te denken van de jeugdtrainer? Hoe blijft hij gemotiveerd als hij niet de vooruitgang ziet waarop hij gehoopt had? Of erger, als zijn eigen zoontje/spelertje het steeds minder leuk begint te vinden in zijn team?

Deze weliswaar fictieve, maar daarom niet minder interessante casus, werd aan de aanwezige leiders voorgelegd omdat we allemaal met deze kwestie te maken kunnen krijgen.

Teveel wisselspelers
De vraag was dus wat de jeugdtrainer moet doen om het gevoel van zijn zoontje weer in de goede richting te draaien, in de wetenschap dat hij zelf ook op bepaalde momenten de juiste drive mist. Dat wegzakken van die drive heeft met een aantal zaken te maken. Bijvoor­beeld het gegeven dat hij elf spelers heeft. Best veel als je zeven tegen zeven speelt. Te veel, want het betekent dat er meestal (een enkele afmelding daargelaten) vier spelertjes langs de kant staan. Niet leuk voor de spelertjes, want zij willen allemaal voetballen. Zo vaak en zo lang mogelijk. Voor de trainer is het ook allesbehalve leuk, want die heeft het gevoel dat hij voortdurend aan het wisselen is in plaats van met coaching bezig te zijn. En dat wisselen luistert heel nauw, want bij de jeugd geldt de regel dat alle kinderen evenveel speelminuten krijgen.  

Kampioen worden
Maar het teveel aan wissels en het daarmee gepaard gaande gedoe is niet de hoofdreden dat de jeugdtrainer in deze casus zich soms betrapt op motivatieproblemen. Vorig seizoen had hij die niet, terwijl er toen ook wedstrijden waren waarin hij veel wissels had. Komt het dan doordat er niet meer zo veel wedstrijden worden gewonnen? Nee, ja, deels. Natuurlijk wil je als trainer graag winnen. Er is niets zo mooi als aan het einde van de competitie met de kinderen feest kunnen vieren omdat ze kampioen zijn geworden.

Supertalent
Maar kampioen worden, is niet zaligmakend. Als trainer c.q. voetballiefhebber is het veel belangrijker om progressie te kunnen zien bij je spelertjes. Individueel én in teamverband. Dat laatste kan moeilijk worden als het team niet op de juiste wijze is samengesteld. Met andere woorden, als het team bestaat uit een mix van talenten en (beduidend) minder getalenteerde spelertjes. Van de jeugdtrainer die als voorbeeld diende in de casus, werd gezegd dat hij liever werkt liever met een team waarin hoofdzakelijk de betere spelertjes zijn samengebracht. Enerzijds omdat hij zelf op vrij hoog niveau heeft gevoetbald, anderzijds omdat zijn eigen zoontje -dat als een echt talent geldt- steeds vaker zegt dat ‘hij het niet meer zo leuk vindt’. Hij wil misschien ergens anders gaan voetballen, omdat ‘ze daar betere spelers hebben’. Als trainer begrijp je dat, maar als vader doet dat pijn, want je wilt het beste voor je kind, toch? Je wilt dat hij gelukkig is met zijn hobby.
Hoe kun je daar uitkomen als jeugdleider? Ga je overschrijving aanvragen naar een andere (grotere) club? Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan: het zoontje speelt dan niet meer met zijn vriendjes in één team. Wil je dat? De club ziet een goed spelertje en een goede jeugdleider vertrekken. Ook dat is geen wenselijke situatie.

Het verschil tussen JO7/JO9 en JO11
Je kunt je afvragen waarom de trainer, die als voorbeeld diende in onze casus, nu pas tegen dit probleem aanloopt. Is de samenstelling van het team dan zóveel verschil veranderd ten opzichte van vorig seizoen! Nee, nauwelijks.
Toch is er sprake van een andere situatie. Dat heeft met leeftijd te maken. In de JO7- en JO9-teams speelt het verschil in talent nauwelijks een rol van betekenis. De kinderen hebben er onderling nog niet zoveel ‘last’ van. Goed en minder goed gaan prima samen. Dat verandert echter als ze wat ouder worden. Zeg maar rond de leeftijd van 9 en 10 jaar. Dat is de leeftijd waarop ze niet meer op een kluitje voetballen. Er ontstaat gaandeweg meer structuur in het spel. Spelertjes lopen zich vrij en spelen elkaar bewust de bal toe. Je ziet combinaties ontstaan. Kortom, er komt steeds meer voetbal in het spel. Overigens zie je dit soms ook al bij tweedejaars JO9. Voor een trainer is die ontwikkeling prachtig om te zien. Het geeft voldoening en een gevoel van trots.

Daar droom je als trainer van
Terug naar de jeugdtrainer van onze casus. Hij beschikt dus over een aantal spelertjes waar je als trainer van droomt. Hoogstwaarschijnlijk de toekomstige lichting eerste elftal spelers. Ze zijn gedreven, hebben de juiste balvaardigheden, het inzicht én de bereidheid om zich maximaal in te zetten om beter te worden. Elke training weer.  

Vol enthousiasme voor de groep
Dat geldt echter niet voor allemaal. Logisch, want je hebt nooit tien of elf toppers in één team. Toch maakt juist dát gegeven het soms zo moeilijk voor de jeugdtrainer in onze casus, omdat hij van zichzelf weet dat hij de lat heel hoog legt. ‘Misschien te hoog’, geeft hij zelf toe. ‘Dat probleem ligt bij mij, niet bij de groep.’
Hoe dan ook, hij weet dat hij het moet doen met deze groep. In ieder geval dit seizoen nog. Daar kan hij goed mee leven, maar niet altijd. Vooral niet op een koude, winderige en regenachtige dinsdagavond in december als hij de hele dag gewerkt heeft en dan thuis lekker warm voor de tv zit. Dan moet hij zich toch weer bij elkaar rapen om er een leuke en leerzame training van te maken. Zoals altijd staat hij weer vol enthousiasme voor de groep, berustend in het feit dat hij niet iedereen naar een hoger niveau kan tillen. Erger nog, hij weet uit ervaring dat de mindere goden over een paar jaar voor een andere hobby zullen kiezen, omdat die hun beter ligt.

Petje af voor de jeugdtrainer!

 

Tekst: Helmi van Nuil