Download onze app..

..voor de beste ervaring op een mobiel apparaat.

Download voor iOS

Download voor Android

Een interview met Rob Bakkes, als voetballer het toonbeeld van onverzettelijkheid.

Voetballers die hem als directe tegenstander hadden, waren niet te benijden want ze hadden een moeilijke middag. Een heel moeilijke middag zelfs, want Rob Bakkes was als voetballer het toonbeeld van onverzettelijkheid. Een boemerang. Al is de passeerbeweging van zijn tegenstander nog zo mooi of effectief, Rob staat één seconde later gewoon weer voor hem. Zoals een bokser die tegen de vlakte wordt geslagen, maar steeds opnieuw overeind krabbelt. En dan dat loopvermogen! Als tegenstander zou je er haast moedeloos van worden. Rob blijft maar gaan. Gaat die Duracel-batterij dan nooit leeg? 

Inmiddels is dat beeld verleden tijd, want Rob heeft aan het einde van het seizoen 2016-2017 zijn voetbalschoenen definitief aan de wilgen gehangen. Mister Susterse Boys heeft er dan 24 seizoenen bij de senioren en 10 seizoenen in de jeugd opzitten.

Leeftijd:
47

Burgerlijke staat:
‘Getrouwd met Silvia en vader van Laura.’

Wat doe je voor werk?
‘Stratenmaker en de zingende zoutstrooier in de winter.’

Heb je ook bij andere clubs dan Susterse Boys gevoetbald en zo ja, bij welke?
‘Sc Susteren (B-jeugd), Almania (A-jeugd) en 3 seizoenen Rkvvb.’

In welke elftallen heb je gespeeld en op welke positie?
‘In het eerste, het tweede, her derde en vierde. In het eerste elftal meestal links of rechtsback met afwisseling op de flanken bij het middenveld. In de lagere teams heb ik op verschillende posities gespeeld.’

Hoe is het mogelijk dat je als voetballer zo’n loopvermogen had? Roken had blijkbaar geen invloed op jou, toch?
‘Ik ging met 17 jaar vervroegd het leger in. Daar rookte volgens mij iedereen in die tijd. Dus deze jongen volgde dat voorbeeld. In die tijd werd je een beetje gedrild en moesten we veel hardlopen. Na de diensttijd ben ik blijven roken en veel sporten. Mijn longinhoud is altijd goed geweest.’

In welke periode speelde je in het eerste van Susterse Boys?
‘Van 1994 tot 2017. Een jaar of 6 geleden ben ik lager gaan voetballen, maar ik deed toch regelmatig de nodige wedstrijden bij het eerste mee. Als je eenmaal de smaak weer te pakken hebt, weet je niet meer beter.’

Wat betekent Susterse Boys voor jou?
‘Susterse Boys is altijd voor mij een tweede huis geweest. Ik heb er veel vrienden leren kennen. Het is een heel hechte volksclub.’

Je speelde bij de veteranen, maar keerde weer terug in het eerste op de respectabele leeftijd van 46 jaar. Wat was de aanleiding?
‘Trainer Sven Kuypers was halverwege het seizoen ingestapt en ik ging als leider fungeren van het eerste. Van het een op het andere moment kwam de vraag of ik kon invallen als het nodig mocht zijn. Dit gebeurde eerder dan gedacht. Vervolgens heb ik het seizoen afgemaakt. Seizoen 2016-207 was mijn laatste seizoen.’

Kon je het nog goed bijbenen?
‘Voor mijn leeftijd kon ik ’t redelijk bijbenen. Ik trainde nog maar sporadisch, maar was wel voor mezelf aan ’t trainen. In de wedstrijd tegen Slekker boys kreeg ik last van mijn ribben en heb ik een hele poos niks gedaan. De laatste wedstrijden van vorig seizoen heb ik nog meegedaan, maar ook hier speelden de ribben me parten.’

Wat is jouw mooiste periode bij Susterse Boys geweest en waarom?
‘De fijnste tijd -zonder iets of iemand te kort te doen- was toch de jaren 90. In die tijd hadden we een geweldig team. We speelden in de vierde klasse en de tegenstander kwam met knikkende knieën naar de Hei toe. In het seizoen 1994/1995 speelden we de Zösterse derby in Susteren voor een kleine 800 man. Een geweldige ambiance. We verloren met 3-1, waarna we op de Hei 2-2 speelden in een volle Sportpark Ijzerenbosch tegen de latere kampioen.’

Ben je ooit kampioen geworden?
‘In het 1e ben in kampioen geworden in ’t seizoen 2010/2011. Met het tweede en derde ben ik ook nog op de kampioenskar rondgetrokken door ’t dorp.’

Waarom Susterse Boys en niet Sc Susteren?
‘Mijn roots liggen op de Hei. Ik ben als 4 jarige op de Hei komen wonen en het voetbalveld lag ongeveer achter ons huis. De keus was zo gemaakt. Het werd blauw wit.’

Is er een verschil tussen de periode waarin je als jonge speler in het eerste speelde en de laatste jaren?
‘Is de omgedraaide wereld geworden. Vroeger had je alles over om te kunnen trainen en te voetballen. Liefst nog twee keer op één dag. Het was een eer als je gevraagd werd om op zondag mee te doen als jeugdspelertje. Tegenwoordig wordt er tijdens een training al moord en brand geschreeuwd als iemand een sliding inzet. Ik wist niet beter dan dat je keihard moest trainen als je zondags in de basis wilde starten. Op de middagdienst werd een halve dienst vrij genomen om te trainen. Nu valt me op dat voor elke scheet al een afmelding komt. Zal wel aan de mentaliteit/instelling liggen van tegenwoordig.’

Je hebt nu een nieuwe passie: tennis. Doe je dat in competitieverband?
‘Ik ben dit jaar begonnen met een balletje te slaan. Ik de zomer was ik regelmatig te zien op de tennisbaan, nu probeer ik twee keer in de week de sport te beoefenen. Ik de toekomst wil ik zeker in competitieverband spelen maar eerst nog ff oefenen.’

Ga je wel nog eens naar een voetbalwedstrijd kijken?
‘Ik probeer regelmatig nog een wedstrijd te bekijken. Dat is soms passen en meten, want mijn dochter speelt ook tennis op zondag. Als ik even tijd vind, ben ik wel te zien langs de voetbalvelden.’

Wie is jouw favoriete voetballer aller tijden?
‘John Linford’

Van welke Nederlandse club ben je fan?
‘Fortuna Sittard’

Van welke buitenlandse club?
‘Schalke 04’

Wat vind je van het huidige niveau van het Nederlandse voetbal?
‘Dieptreurig, wordt weer eens tijd dat de echte mannen opstaan.’

Tot slot enkele persoonlijke vragen

Hobby’s:
‘Ohne Bezei, Tennis, Hay Day en Limburgse  muziek verzamelen.’

Carnaval of wintersport?
‘Ha ha, Carnaval natuurlijk.’

Bier of wijn?
‘Bier.’

Een goed boek of film?
Film

Een avondje stappen of uit eten?
‘Eerst goed eten, daarna op stap’

Favoriete vakantieland
‘Spanje’

 

Tekst: Helmi van Nuil